maandag, november 17, 2008

Dorp aan de rivier

Of is het een stadje? Nee, dat denk ik niet, daarvoor is het veel te klein. We hebben het over Bradford on Avon, een dorp aan de bovenloop van de rivier de Avon, jullie weten wel, dat watertje dat quasi door onze achtertuin loopt en er voor zorgt dat we een fantastische verzameling schimmels in huis hebben. Jessica had in haar vrije tijd (vraag me niet wanneer dat is, want ze is altijd bezig) lopen of zitten denken wat we zouden kunnen gaan doen in het weekend. Ik zou namelijk komen. Om te voorkomen dat ik zou gaan tegensputteren had ze mij een dag tevoren een mail gestuurd met een gedetailleerd dagschema. Dan kon ik vast wennen aan het idee. We zouden naar Bradford on Avon kunnen gaan omdat het daar heel erg mooi moest zijn. Ik had er geen bezwaar tegen maar hield uiteraard een slag om de arm door te stellen dat het dan wel mooi weer (=droog) moest zijn omdat ik geen zin had om als een verzopen kat over modderige weggetjes te banjeren.

Zo gezegd, zo gedaan. Het weer zag er goed uit, herfstig, veel wolken en een waterig zonnetje dat door de wolken probeerde te komen. 's Morgens op een normale tijd gingen wij dus naar het station. Ik had me voorbereid op een dag wandelen in de natuur, had dus mijn wandelstappers aangetrokken en mijn fleece-jas. Jessica daarentegen had onder het dagje uit naar Bradford on Avon waarschijnlijk heel iets anders verstaan. Zij was in net. Dat wil zeggen schoen met hak en nette jas en ook de rest om door een ringetje te halen. "Je hebt me de hele morgen al zo zien rondlopen en dan trek je zo iets aan?", klonk daarna het verwijt. "We gaan toch wandelen?" was daarop mijn antwoord. "Dan kan je toch wel wat nets aantrekken? Moet je eens zien hoe we er nu bij lopen!' kaatste Jessica terug. Daarover had ik mijn twijfels. Misschien dat het Jessica zou lukken om op modderige paadjes schoon te blijven, mij zeker niet. Al op de eerste dag van een opgraving zie ik er vaak al als een modderzwijn uit. Niet omdat ik dat leuk vind, het gebeurt gewoon.

Na nog wat gesputter kwamen we daarna op het station en nadat de trein gekomen was, wrongen we ons in de overvolle trein. De Engelse spoorwegmaatschappijen hebben namelijk een nieuwe strategie ontwikkeld om het rendement te verhogen. Als een trein te veel lege plaatsen telt, wordt er gewoon een wagon afgekoppeld. Een lijn is pas rendabel als mensen in het gangpad moeten staan en over koffers en dergelijke moeten klimmen. De trein die wij hadden was nog niet optimaal ingezet, maar het kwam in de buurt. Jessica vond een zitplaats naast een mevrouw die haar alle bezienswaardigheden in Bradford on Avon opsomde die wij beslist moesten gaan bekijken. Heel leerzaam dus. Ik had een plaats gevonden tussen een stel pubers die met hun ouders naar Cardiff moesten. Dat was niet zo leerzaam en evenmin ontspannend. Zij speelden een soortement van galgje maar dan op de moderne methode, dat wil zeggen met de spelcomputer. 40 minuten later mochten we ons weer uit de trein wringen, die ondertussen nog voller was geworden.

Bradford on Avon. Op goed geluk liepen we de parkeerplaats voor het station af, want zoals gebruikelijk was er geen plattegrond van het dorp of een bordje met "centrum" te vinden. Dat bleek ook niet echt nodig te zijn aangezien de uitgang van de parkeerplaats aan de rand van het dorp lag. Ons eerste doel was koffie. Bij de brug zou een fairtrade restaurantje moeten staan dat heel goed zou zijn. Dat konden we niet vinden. Wel vonden we een ander geschikt lokaal, dat ook goede koffie c.q. chocolademelk en taart verkocht. Hiermee gesterkt begon de verkenningstocht door Bradford on Avon. Dit was het wandelen dat Jessica voor ogen had gehad: winkel in, winkel uit, winkel in, winkel uit. De rugtas werd voller en voller en ook mijn handen kregen snel tassen te dragen.

Ondertussen weet ik een beetje hoe ik mij moet gedragen als Jessica op het punt staat om iets aan te schaffen. Toch gebeurt het niet vaak dat ik haar van de koop weerhou, omdat een nee van mij kant er namelijk altijd toe leidt dat ik mij er voor de rest van de dag voor moet verantwoorden. Dan is het energetisch meer verantwoord om gewoon met de koop in te stemmen. Tot op een zeker punt. Dat is, als het mee te zeulen extra gewicht meer energie gaat kosten dan het verzinnen van treffende argumenten. Praktisch betekent dit dat er na een aarzelend begin veel wordt ingslagen, waarna onze koopkracht als een normaalcurve afneemt.

Na het inkopen volgde het verkennen van het cultureel erfgoed. Dat lag meer in mijn straatje. We begonnen met een Saksisch kapelletje. Een prachtig exemplaar, en Romeins aandoend. Zo zullen de eerste kerkjes op het vaste land er ook hebben uitgezien. Alleen vinden we daar alleen de plattegronden van terug. Hier stond er nog eentje. Natuurlijk behoorlijk gerestaureerd, maar toch. Vervolgens liepen we naar de Tithe Barn, een middeleeuwse graanschuur waar de tienden, de middeleeuwse belasting, in de vorm van graan en andere goederen werd opgeslagen. Deze was ook mooi met zicht op de prachtige houten spanten.


Omdat het ondertussen licht was gaan spetteren, zagen we van een wandeling langs het water af en zijn in plaats daar van de rest van het stadje gaan bekijken (ja, volgens de internet encyclopedie is Bradford on Avon toch een stad en wel de kleinste van Wiltshire). Dat was relatief snel gedaan, want zoals gezegd, het was behoorlijk klein. We besloten daarom maar naar huis gegaan. Niettemin, weer een geslaagd dagje uit.

dinsdag, november 11, 2008

Britain at its best!

Vandaag toch zo iets kroms gehoord! Als je hier je rijbewijs haalt, dan mag je tijdens het lessen niet op de snelweg. Dat mag pas nadat je je rijbewijs hebt. Net als rijden in het donker of onder akelige weersomstandigheden... Maar geen nood, je kan daarna nog een paar extra lessen nemen om ook dat deel van het rijbewijs onder de knie te krijgen. Rare jongens hoor die Britten!

Maar goed. Afgelopen weekend heb ik maar eens Patrice z'n optrekje in Nottingham bekeken. We gaan die plaats nu omdopen tot 'net-niet-stad'. Ik zal jullie nu in ongeveer 30 min uitleggen hoe dat zo komt (grapje, 28,5 min!). Allereerst, Patrice woont niet in Nottingham zelf, maar in Beeston, een er aan vast gegroeid dorpje. Op nog geen vijf minuten lopen van het station staat een rijtje prachtige grote Victoriaanse stadshuizen met op de benedenverdieping een erker. En in een van die kamers-met-erker op de benedenverdieping woont Tries. De kamer is ongeveer 13 à 14 vierkante meter groot en heeft een normale Nederlandse plafondhoogte (hier aan de Middleton Road is het maar net iets over de twee meter...). Centrale verwarming en dubbel glas zijn ook aanwezig. Klinkt leuk op papier, maar gelukkig hebben de Britten het weer weten te vern..ken. Het slotje op het kiepraam kon alleen geplaatst worden als het raam permanent op een kiertje staat! Ja, ja, techniek in de hand van een Brit staat voor niets! Bovendien kent de centrale verwarming voor het hele huis maar twee standjes: aan of uit. Om geld te sparen, gaat het ding vooral uit. En als 'ie dus aan springt, duurt het heel lang voor het warm is. Nu zou je daar natuurlijk zo'n handig computergestuurd kastje voor kunnen kopen die de minimale temperatuur pak 'm beet op zo'n 17 graden houdt. Maar da's natuurlijk het werk van de duivel...

Verder staan er in de kamer een bureau, een ladenkast, een kledingkast en een bed. En dat bed haten we. Toen Patrice de kamer kwam huren, werd met de eigenaar overeengekomen dat er een tweepersoonsslaapbank in zou komen te staan. Ik zou immers ook af en toe langskomen. Helaas werd dit weer zo'n typisch Brits iets: ja zeggen en iets anders doen (ik zweer je, de Arabieren hebben dit overgenomen ten tijden van het Mandaat!). Er staat dus nu een bed 1.20 breed en 1.90 lang. En hoewel wij niet bepaald dik zijn, is 1.20 breed toch een beetje te weinig. Zeker als je bedenkt dat die man van 1.96 m z'n knieën moet optrekken om in een bed van 1.90 m geen kouwe voeten te krijgen. Nu gaan we de huisheer maar vragen het ding te verwijderen en kopen we zelf wel een Beddinge bij IKEA Nottingham.

Maar goed. Patrice deelt z'n huis met nog drie anderen: Kim (India), Roderigo (Columbia) en Jason (Engels). Lekker internationaal gezelschap dus. En je zou het niet zeggen, maar mijn mannetje stoort zich aan de afwezigheid van enig hygiëne-besef bij z'n mede-bewoners. Jarenlange training binnen het huwelijk kan dus ook zo z'n nadelen hebben...


Enfin. Na Stimpy, die ik had meegenomen, van eten te hebben voorzien, liepen we een rondje door Beeston. Leuke winkelstraat met een paar interessante winkeltjes: een grote fairtrade lifestyle winkel, een grote organische winkel, een Oxfam en verschillende tweedehands boekwinkeltjes. Op de markt was een Franse markt aan de gang en dus hebben we meteen maar even een pannenkoek uitgeprobeerd. Na wat geshop, ging het weer huiswaarts.

's Avonds zijn we uit eten geweest in The Library. Een leuk modern restaurantje met heerlijk eten. Naast ons zaten Hazel en Ian, beiden emiritus professoren van de universiteit. Verfrissend wereldwijs en eens niet behebt met een eiland-tunnel-blik hebben we de avond al discussierend doorgebracht. Ze zijn er gewoonlijk elke dinsdagavond, dus dat moet nog wel een keer te timen zijn!

De volgende dag zijn we Nottingham in gegaan. Dat was volgens Patrice zo'n driekwartier à een uur lopen... Ja, met zevenmijlslaarzen wel. Kleine meisjes doen er al gauw anderhalf uur over. En dat in SBW (Standard British Weather = regen). Eenmaal in Nottingham, wilde dat kleine meisje wel iets drinken en even plassen. Nou, dat was even zoeken. Niks geen leuke cafeetjes. Alleen een hoop Starbucks and the like. Dan maar naar O'Briens, weet je tenminste wat er in de koffie zit. Na de koffie op naar de VVV om te kijken of er nog iets leuks te beleven viel in Nottingham. Dat werd een teleurstelling. Geen stadswandelingen door historisch Nottingham; wel werd ons duidelijk dat Nottingham de shopping metropool van de Midlands is. Nu houd ik best van shoppen, maar dan niet in van die superdure merkwinkels. Nergens waren de charityshops of de tweedehands boekwinkeltjes te zien. Geen leuke kerkjes of musea. Helemaal niets! Na wat stroopwafels en gevulde speculaas te hebben ingeslagen op de internationale markt, besloten we maar terug te gaan naar Beeston (met de bus, joepie!).

Eenmaal terug in Beeston, hebben we de Oxfam, de fairtrade en de boekwinkel maar eens flink onder handen genomen. Een verademing vergeleken bij de kouwe kak in Nottingham. Een paar pond lichter ging het vervolgens weer huiswaarts. Met een geroosterd bammetje met honing op het bed hebben we toen nog lekker een beetje televisie gekeken. Je moet je tenslotte terdege voorbereiden op weer een nacht niet lekker slapen...


Voor de volgende morgen hadden we een tripje naar Wollaton Hall gepland. Dat zou een groot landschapspark met herten en een kasteel zijn op loopafstand van Beeston. Nou dat loopafstand klopte wel en herten hadden ze er ook. De andere beschrijvingen in het foldertje wat minder. Zo zou er een gerestaureerde keuken uit de Tudor periode zijn en een natuurhistorische verzameling van nationaal belang. Beiden vielen enorm tegen! Nu hebben we die ervaring al vaker gemaakt hier in Engeland. De foldertjes zijn mooi, maar de werkelijkheid bijna altijd een slap aftreksel. Zo begonnen we met een rondleiding door het gebouw. De gids had een prachtige jurk aan uit de Tudor periode, maar bleek inderdaad niet meer dan een mooi popje. Ik weet aardig wat over eetgewoonten in de Late Middeleeuwen en wist haar op een handvol onwaarheden te betrappen bij de rondgang door de keukens. Die waren niet meer dan knalgeel geschilderd en voorzien van een paar stukken nepvlees en een haardvuur. Verder vertelde ze ons even en passant dat ze niet te veel op de architectuur en de geschiedenis in ging, want dat ging niet alleen haarzelf maar ook de meeste mensen boven het hoofd. We couldn't agree less!


Gelukkig was daar ook nog het awardwinning cafe in the courtyard. Nou, ze hadden het beter koffie in de zwijnenstal kunnen noemen. Het personeel was te traag om de tafeltjes schoon te krijgen en de Britten te snel in alles op de grond gooien. Een echte perpetuum mobile! En de koffie was goor! Kwam nog wel uit een duur uitziende automaat. Zo ongeloofelijk bitter. En de scone was van gisteren. Nee, dat doen we niet nog eens.

Maar, als echte Nederlanders geven wij natuurlijk niet op na een teleurstellende ervaring met Nottingham. We hebben overduidelijk nog wat tijd nodig om aan de omgeving te wennen. En dus hebben we meteen een lijstje gemaakt van alle dingen in de buurt van Nottingham waar we beslist nog eens heen moeten. Zo zijn er nog een heleboel kerken, kasteeltjes en voormalige abdijen die zich kunnen verheugen op een bezoekje van twee kritische Nederlanders. En in de stijl van de 'Apostelen van de Friezen en Germanen' trekken wij nu door het midden van Engeland en wijzen Lizzie haar onderdanen op hun tekortkomingen. Nu maar hopen dat ons niet hetzelfde lot beschoren is als Bonifatius...

woensdag, november 05, 2008

Dear Mr President

Congratulations! Maar nu graag wel even al die mooie beloftes waarmaken. Nou, ja het grootste deel in elk geval. En dat kunt u natuurlijk niet alleen zoals u al fijntjes opmerkte in uw acceptance speech. Nou, dat hoeft ook niet. Ik ga u helpen. Want u heeft natuurlijk bergen geld nodig om een gezondheidsverzekeringssysteem van de grond te krijgen. En een klein beetje krijgt u van mij! Hoe? Heel simpel. Ik zal weer beginnen trouw m'n lievelings thee te gaan consumeren. Met dank aan Bush moest ik daar de afgelopen vier jaar op verzichten. Celestial Seasonings wordt namelijk in Bolder, Colorado gemaakt. En al geruime tijd heb ik het niet zo op Amerika. En hoe pak je als enkeling zo'n groot land het beste aan: juist via je consumptie-patroon. Piece of cake zullen we maar zeggen. En verder heb ik natuurlijk enthousiast mee gedaan aan de campagnes van Avaaz.com. Maar die zult u inmiddels wel kennen. En dit is dan ook meteen een waarschuwing. Don't mess with me! Want u kunt er van verzekerd zijn dat ik uw ass weet te vinden om hem te kicken mocht u zich al te zeer van uw verkiezingsbeloften Verabschieden! En wees gerust, ik begrijp best dat u in de eerste 100 dagen niet alles kan recht breien wat Mr Bush in acht jaar onderuit heeft gehaald. Nee, benijden doe ik u dan ook niet. Hoewel, 't Witte Huis is best een leuk optrekje een een pup wil ik ook al jaren!

donderdag, oktober 30, 2008

Het einde is nabij (donderdag, 09.10.2008)

Gelukkig stonden we weer naast een minaret en werd er weer luid gezongen op de vroege ochtend. Het ontbijt zou om 6:30 zijn en de koffers, die we gisteravond na het eten hadden gekregen, moesten dan weer gevuld naast de bus staan. Het beddengoed moest uit de Rotel worden gesloopt en alles zo worden achtergelaten als we hadden aangetroffen. Dat was best werken op de vroege ochtend. Na het ontbijt moesten het bestek, de beker, het bord en broodplankje inclusief theedoek weer worden teruggegeven. We hebben Franz en Ahmad een gouden handdruk gegeven en zijn toen met ons allen naar het vliegveld van Damascus gegaan.

Het was er behoorlijk druk. Er waren veel mensen met enorme koffers en dozen. Gelukkig kwam Ahmad nog een stukje mee en loodste ons door de menigte, door de papierafwikkeling tot de paspoortcontrole. We waren twee uur van tevoren gekomen maar al de papierrompslomp nam behoorlijk wat tijd in beslag. We hoefden daardoor maar betrekkelijk kort te wachten tot we het vliegtuig in mochten. Jessica’s tweede schaduw had het op de één of andere manier voor elkaar gekregen in de rij achter haar te komen, zeer tot leedwezen van Jessica.

Het begin van de vlucht was een beetje hobbelig. Er was veel bewolking en dus weinig te zien. We landden mooi op tijd in Frankfurt. Daar werden we al opgewacht door de Polizei, die af en toe een verdacht persoon uit de rij nam voor nader onderzoek. Je krijgt wel aandacht als je uit een schurkenstaat komt. Hoewel dit allemaal snel was afgehandeld, duurde het nog heel lang voordat eindelijk de koffers verschenen. Mogelijk werden die ook allemaal doorzocht.

We zijn daarna met bus en Bahn naar Frankfurt Hauptbahnhof gegaan om goed in te kopen. Jessica verheugde zich al helemaal op de Backmischungen van Ruf. Maar helaas, we konden geen grote supermarkt vinden, alleen een kleine Plus waar we wat kleine dingetjes kochten. Het was geen pretje met de zware rugzakken. We hadden weliswaar kluizen op het station gevonden, maar niemand die papiergeld in munten wilde omwisselen. Ja, dan houdt alles op. Ook Dode Zeezout met etherische olie was niet verkrijgbaar. Dat kenden ze in Syrië vreemd genoeg niet, in Duitsland wel, maar was alleen niet meer in voorraad. Onverrichte zaken zijn we naar het vliegveld teruggekeerd alwaar we hebben ingecheckt. De vlucht naar Southampton was rustig. De koffers kwamen snel en we waren mooi op tijd voor de directe trein naar Salisbury.

Bij de kaartjesautomaat op Southampton Airport troffen we nog een Duitse scholiere die ook naar Salisbury wilde. De automaat wilde haar betaalkaart niet hebben en dus heeft Jessica de hare maar gebruikt. We hebben gezellig zitten praten tot Salisbury. Daarna hebben we een take away genomen bij onze favoriete Bangladesh-er en waren om 21:30 uur lokale tijd weer terug op de Middleton Road, waar Stimpy ons hartelijk begroette.


The End.

woensdag, oktober 29, 2008

Syrië en Jordanië in vergelijk (woensdag, 08.10.2008)

Ja, het was vroeg, en koud ook nog. Het was behoorlijk afgekoeld, maar dat had enige Rotelianen niet daarvan weerhouden nog vroeger op te staan. Na het douchen, ontbijt en opvouwen van de Rotel gingen we precies om 7:00 uur weg. We hadden een vol programma, vooral bestaande uit rijden en grensafhandelingen, maar ook nog een excursiepunt. Als eerste gingen we namelijk naar Jerash. Er werd gezegd dat Jerash de best bewaarde Romeinse stad in het Midden Oosten was, maar persoonlijk vond ik het minder indrukwekkend dan Palmyra.

Na de Gesundheitspause in het restaurant van Jerash waar we, indien de tijd het toe zou laten, ook zouden lunchen, kregen we een rondleiding door Ahmad. Als eerste gingen we naar de boog van – uiteraard – Hadrianus. Die gast is echt overal geweest. Toen hebben we snel het grotendeels weer opgebouwde hippodroom oftewel de renbaan bekeken. Een deel van de tribune stond nog c. q. was nieuw opgebouwd. Volgens het affiche bij de ingang werden hier tweemaal daags spelen gehouden. De laatste voorstelling konden we niet bijwonen omdat we precies om die tijd zouden wegrijden: 14:15 uur, en de eerste was al geweest. Langs het hippodroom lopend kwamen we vervolgens bij een tweede poort, waar een kaartjescontrole plaatsvond. Daarna kwamen we op een ovaal plein gezoomd door zuilen. Een enkele zuil stond in het midden. Men denkt dat het plein ook voor rituele handelingen is gebruikt omdat de tempel van Zeus (ja echt, Zeus, geen Jupiter) hier direct aan gelegen is. De tempel werd gerestaureerd dus konden we een paar minuten op de rondleiding sparen. Vervolgens hebben we het kleine maar fijne theater met goede akoestiek bekeken en klommen we omhoog naar de Artemis tempel. De details van het steenhouwwerk waren verbluffend en heel fijn, een knap stukje werk. Al het steenhouwwerk in Jerash dat we gezien hebben, was trouwens van hoge kwaliteit. Vervolgens moesten we de trap af naar de via decumana, en langs de tetrapylon weer terug naar de uitgang. Alles in rap tempo want een paar klaagmuren wilden uitgebreid eten. Dat hadden ze tenminste aan het begin van de rondleiding gezegd. Toen puntje echter bij paaltje kwam, bestelden slechts een handvol Rotelianen het middageten. Jessica ook. Ik zag er vanaf omdat ik toch nog een beetje voorzichtig wilde zijn met mijn maag. Ik heb buiten met wat andere niet-eters zitten kleppen terwijl Jessica zich met Ahmad en Franz onderhield.

Min of meer op tijd trok de karavaan verder naar de grens. De afwikkeling van het papierwerk ging sneller dan op de heenweg, maar nam niettemin nog wel een paar uur in beslag. De rest van de dag werd ingenomen door reizen over de lange, lange Wüstenstraße. Tijd voor een vergelijk. Er zijn een paar duidelijke verschillen tussen Syrië en Jordanië. Ten eerste is Jordanië duidelijk meer Westers georiënteerd en ook veel rijker. Dure auto’s rijden hier over de straten terwijl in Syrië veel vaker oude schroothopen rondrijden. Dit betekent ook dat ons beeld van de arme Palestijn moet worden bijgesteld. Zoals reeds gezegd, bestaat de Jordaanse bevolking voor ongeveer 70% uit vluchtelingen uit Palestina. Zij zijn eerst naar Saudi Arabië voor werk gegaan, zijn daar schatrijk geworden en hebben dat geld daarna in hun nieuwe woonplaats in Jordanië geïnvesteerd. Er staan af en toe enorme kasten van huizen. Dat brengt me op het tweede punt. In Jordanië wordt net als in Syrië veel gebouwd, maar de huizen zijn hier veel vaker af. In Syrië staat vaak alleen een beton-staal-skelet, waarbij de begane grond en eerste verdieping kunnen zijn uitgebouwd. In de meeste gevallen zie je bovenop nog een paar betonpijlers staan of bouwstaal omhoog steken, voor als er weer geld is en er een nieuwe verdieping gebouwd kan worden. Ten derde wordt in Syrië veel meer plastic verbouwd dan in Jordanië, hoewel ook hier weer onderscheid gemaakt moet worden tussen de verschillende bevolkingsgroepen. Zo zijn de christelijke delen vaak schoner dan de islamitische. Dit was bijvoorbeeld duidelijk te zien in de zogenaamde Vallei der Christenen bij het Crac des Chevaliers. In het algemeen ligt in Syrië overal plastic, op de akkers en langs de straat. Doodzonde voor de anders mooie natuur. Ten vierde zijn in Syrië veel meer geloofsgroepen te vinden dan in Jordanië. In Syrië leven Sjiieten, Soennieten, Drusen en Christenen vredig naast elkaar. Hoofddoek, geen hoofddoek, BMO, je ziet er alles en niemand maakt zich er druk over. In sommige gebieden tril je ’s morgens je bed uit door het geschreeuw van de muezzins, in andere delen is geen moskee te zien. Kruis en halve maan wisselen elkaar regelmatig af. In Jordanië is daarentegen zo’n 95% van de bevolking soennitisch. Vrouwen zijn van top tot teen in het zwart gehuld. Maar wat daaronder zit… Jessica vertelde dat op het toilet bij de grens ook een extended family (bij wijze van spreken) binnen viel. Het zwarte laken werd hier afgegooid en aan een familielid gegeven. Daaronder zit gewoon moderne kleding met strakke T-shirts met brutale spreuken. Als man krijg je dat natuurlijk niet te zien.

De verschillen zijn ook geschiedkundig te verklaren. Jordanië is veel meer op het zuiden, naar Saudi Arabië georiënteerd en is daardoor behoorlijk Arabisch. Syrië daarentegen heeft veel meer invloeden van het noorden en westen ondergaan. In Syrië wordt dan ook heel duidelijk onderscheid gemaakt tussen Syriërs en Arabieren.

Onderweg op het laatste stuk naar onze vertrouwde camping in Damascus kregen we last van een lekke band. Omdat het een dubbele achterband was, is Franz gewoon verder gereden, maar wel een stukje langzamer. Dit had tot gevolg dat we pas tegen 19:30 de plaats van bestemming bereikten. De band werd later op de avond op de camping vervangen. Dit keer was het er erg druk. Er stonden een heleboel campers uit Nederland. Zij maakten een toer van Tsjechië naar Aqaba en terug. Zij waren nu op de terugweg en ongeveer 48 dagen bezig. Wij hebben een paar van hen onze Rotel laten zien wat ze erg leuk vonden. Franz hoefde niet te koken vandaag. Het eten kwam van een restaurantje uit de buurt. Het bestond uit salade (komkommer, tomaat, ui, koriander) met kip met korst en gefrituurde aardappelschijven. Het smaakte best. De katten op de camping hebben gesmuld. Na het eten hebben we financieel met Ahmad afgerekend. Eigenlijk hadden we dit onderweg in de bus moeten doen, maar ik had mijn portemonnee in de Rotel laten liggen. Gelukkig was ik niet de enige die zo stom was geweest en Ahmad vond het ook niet erg. Hij had ondertussen ook de bestellingen bij de bakker laten ophalen en deelde deze nu uit. We hadden namelijk een lijst gehad waarop we konden aangeven of we sesamkoekjes, dadelkoekjes of een mix wilden hebben. Jessica wilde iets moeilijkers: twee kilo baklava. Deze dozen waren duidelijk herkenbaar en leverden geen enkel probleem bij de uitreiking, dit in tegenstelling tot de bestellingen van de anderen. Waarschijnlijk leven sommige Rotelianen alleen om problemen te maken.

dinsdag, oktober 28, 2008

Petra groot en Petra klein (dinsdag, 07.10.2008)

Het ontbijt was weer om 7:30 en om 8:00 vertrokken wij voor de derde keer naar Petra. Het programma was maar weer eens omgegooid. Nu zouden we het Klooster als eerste bekijken en Klein Petra als laatste. Gisteren was dat nog andersom. Ahmad gaf instructies. We zouden elkaar bij het Nabathee’ische theater om 10:15 treffen. Op die manier kon iedereen op eigen snelheid lopen. Ondanks het feit dat we de weg naar en door de Siq voor de vijfde keer in twee dagen liepen, waren we wel weer één van de snelsten, denk ik tenminste. Op een schaduwrijk plekje vlakbij het theater zegen wij neer op een steen en wachtten tot de rest op kwam dagen. Sommigen van de groep liepen verder naar één van de restaurantjes verderop, maar wij hadden genoeg fouragerie bij ons en vonden het op dat moment niet nodig de lokale uitbaters te spekken. Nadat Ahmad voorbij kwam, zijn we opgestaan om zijn vervolginstructies te horen. Die bestonden daar uit dat we als groep naar het Klooster zouden gaan. Voor degenen onder jullie die nu met vraagtekens in de ogen zitten te lezen, het Klooster is een in de rots uitgehouwen tempel voor de Nabateeër koning Obodas I, met een façade die min of meer identiek is aan die van de Schatkamer. Dit gebouw lag op een berg waarbij je zo’n 870 treden moest beklimmen (ik heb ze wel geteld maar stootte al snel op het probleem van wat nog als trede geteld mocht worden).

Over de grote open vlakte door het oude centrum van Petra ging het langs het museum naar het pad daarachter. Volgens Ahmad was dit pad beter begaanbaar dan de weg naar de Hoge Offerplaats gisteren, maar dat klopte niet. Veel treden waren schuin afgesleten en met af en toe een dun laagje zand daar overheen, werd de boel glad als ijs. Bovendien lag het pad bijna de hele tijd in de felle zon en dat was goed heet. Dit keer waren de meeste andere Rotelianen sneller dan wij, maar ook wij kwamen boven. Regelmatig werden we ingehaald door taxi’s, dat wil zeggen ezels, en op de schaduwrijke plaatsen was het pad gezoomd met kraampjes met snuisterijen. Vroeger verkochten de Bedoeïenen allemaal verschillende dingen van eigen makelei. Op een gegeven moment zijn zij echter van hoger hand gedwongen om in een corporatie te gaan en sindsdien verkopen ze allemaal dezelfde waar van waarschijnlijk dezelfde inferieure kwaliteit. Alles kost 1 dinar. Zelfs de allerkleinsten weten dat en roepen “one dinar!”.Ze bieden kettingen, armbanden, Romeinse muntjes enzovoorts aan. Wij konden de verleiding weerstaan.

Boven aangekomen hebben we wat uit onze meegebrachte flessen gedronken en wat zoets gekocht. Vervolgens zijn we nog wat hoger geklommen naar twee van de drie uitzichtpunten. Bij het eerste uitzichtpunt kon je heel in de verte op een hoge bergrug het graf van Aäron zien liggen, bij het tweede punt kon je op het breukvlak van de Afrikaanse en Arabische plaat kijken; de Grote Slenk. Dat zag er heel indrukwekkend uit met al die verschillend gekleurde rotsen. Hierna zijn we in alle rust aan de afdaling begonnen.

Na de nodige rustpauzes hebben we de koningsgraven bezichtigd. Deze zagen er prachtig maar sterk verweerd uit. De uitgehouwen rots toonde patronen in allerlei kleuren rood, bruin, wit en zwart. Onderweg en tijdens de bezichtiging kwamen we steeds weer Rotelianen tegen. Ondanks het feit dat het terrein zo groot was, zag je ze steeds weer. Jessica’s tweede schaduw was vandaag iets minder kleverig dan gisteren. Omdat het zo warm was, zijn we ook maar weer een restaurantje ingedoken, dezelfde als gisteren omdat we wisten dat daar katten te vinden waren. Die hadden we deze dag, op een enkel exemplaar bij de ingang na, nog helemaal niet gezien. We hadden vanochtend bij het ontbijt speciaal een paar kuipjes met leverworst en smeerkaas meegenomen om ze op te voeren aan de katten. Die kuipjes moesten wel leeg vandaag. Nadat we Turkse mokka hadden besteld, doken er drie jonge katjes op. Jessica heeft ze netjes met een lepeltje gevoerd en ze schenen het erg lekker te vinden.

Wat in de mens gegoten wordt, moet er ook weer uit. Jessica vormt geen uitzondering op deze regel. Bij de toiletten dichtbij het restaurantje was ook een snuisterijen-kraampje bezet door een Westers uitziend persoon. Grote affiches met de afbeelding van het boek dat we gisteren gekocht hadden, hingen aan weerzijden. Het bleek de schrijfster van het boek (Married to a Bedouin) te zijn, Margueritte van Geldermalsen. Jessica had het boek dolgraag door haar laten signeren, ware het niet dat ik haar vanmorgen verboden had het boek mee te nemen. Ik droeg namelijk de rugzak en hoe minder daar in zat hoe beter. In dit geval was het natuurlijk wel jammer.

Mooi op tijd, dat wil zeggen kort voor 16:00 uur, waren we weer bij de bus voor attractie nummer twee: klein Petra. Hier kwamen vroeger de handelaren met de kamelen. Zij mochten de stad Petra niet in en rustten in klein Petra uit. Het was hier veel rustiger dan in “groot” Petra. De conservering van de in de rots uitgehouwen façades was deels ook nog heel goed. Wij zijn in één van de rustruimtes geklommen, een diclinium, waar nog delen van het originele stucwerk met fresco’s te zien waren. Dit zag er ook heel mooi uit. Allemaal ranken en bladeren, heel fijn en secuur en dicht bij elkaar geschilderd met een fluitspeler in het midden. Doordat het diclinium bewoond is geweest door Bedoeïenen en er een vuur gebrand heeft, was het stucwerk grotendeels met roet bedekt. Na de bezichtiging was het tijd om naar de Rotel bij hotel al-Anbat terug te gaan.

We voelden onze voeten behoorlijk. Na ons te hebben opgefrist, werd het avondeten om 18:45 in het hotel opgediend. Het was het afscheidsdiner aangeboden door Rotel. Het was een buffet en bestond uit verschillende voorgerechten, hoofdgerechten en nagerechten. Zoals bekend is Jessica gek op toetjes. Franz, de chauffeur bleek dat ook te zijn. Jessica en Franz hebben elkaar hiermee behoorlijk lopen plagen met als gevolg dat Jessica, toen zij aan haar taks zat, door één van de obers nog een schaaltje met een toetje kreeg (pannenkoek met sinaasappelsiroop en een ondefinieerbaar wit romig spul als vulling). Franz had hiertoe opdracht gegeven. Na een koffie toe, hebben we in de lounge nog even gezeten en zijn toen naar bed gegaan. Het zou vroeg dag zijn morgen; om 6:00 zou het ontbijt zijn.

maandag, oktober 27, 2008

Archeologie bij kaarslicht (maandag, 06.10.2008)

Je zou denken dat als je naar een toeristische attractie van de eerste orde gaat, je er vroeg wilt zijn om de stromen van bezoekers voor te zijn. Zeker ook als je weet dat het warm gaat worden. Achmad hield er echter een andere zienswijze op na. Het ontbijt was pas om 7:30, daarna moesten we natuurlijk opruimen, de bus moest nog even tanken en eindelijk kwamen we dan bij de toegangspoort naar Petra. Hier moesten we de toegangskaarten persoonlijk ondertekenen want zij waren twee dagen geldig. Het viel gelukkig niets tegen met de drukte. Als een groep liepen we het eerste stuk tot het graf met de obelisken. Er waren al een paar Rotelianen niet meegekomen omdat het een zware tocht zou worden. Nu viel er weer iemand af, wat mogelijk ook met de warmte te maken had. Het eerste stuk ging namelijk door relatief vlak en open terrein waar de zon ongenadig brandde. Dit stuk bestond uit twee parallelle zandwegen: één voor de voetgangers en één voor de paarden c. q. paard en wagens. Deze laatste twee opties mochten door mensen worden gebruikt die wat moeilijk ter been waren. Overbodig te zeggen dat dit veel dierenleed veroorzaakte omdat dit vaak personen waren die een paar kilo teveel met zich mee torsten. Gelukkig was er een paard en ezel oplapcentrum op het terrein.

Na de uitleg bij het graf mochten de snelle Rotelianen vooruit lopen naar de Schatkamer. Ahmad zou met de langzame ploeg nakomen. Wij waren jong en snel dus ging het in rap tempo langs andere groepen door de zon over stoffige paden. Fout lopen ging niet want er was maar één weg en die voerde naar en door de Siq. De Siq is een paar kilometer lange kloof door de rotsen die tot ongeveer 80 m hoog kunnen zijn. Hier was het wat koeler. De rotsen bestonden uit zandsteen en hadden de prachtigste vormen. Aan weerzijden van het pad dat voor het grootste deel met cement verhard was maar ook nog grote delen van de originele Nabatee’sche bestrating – grote veldkeien – toonde, liepen goten voor opgevangen regenwaterwater dat naar beneden de oude stad in werd geleid. In drie kilometer ging het ongeveer 160 m naar beneden. daar merkte je echter niet zoveel van. De kloof meanderde behoorlijk en er liepen veel toeristen. Gelukkig waren het er ook weer niet zoveel dat geen toeristloze opnames gemaakt konden worden. Niettemin moest je blijven uitkijken want in de soms zeer smalle kloof kon je elk moment door een paard met wagen omver gereden worden.

De laatste bocht naar de open plaats met de Schatkamer was heel indrukwekkend. De Schatkamer is een naam die de Bedoeïenen aan een in de rotsen uitgehouwen graf hebben gegeven. We hebben hier een tijdlang bewonderend rondgekeken. Sommige delen van de façade waren werkelijk nog gestochen scharf en dat na 2000 jaar. Dat kwam omdat het in de rotsen was uitgehouwen en de omringende rotsen de façade tegen weersinvloeden beschermd hadden. Zij hebben de beelden in de façade evenwel niet tegen de iconoclasten kunnen beschermen en alle menselijke afbeeldingen zijn vernield. Op de plaats voor de Schatkamer was het een komen en gaan van mensenmassa’s, kamelen, paarden, ezels en paard en wagens. Verder stond er een grote barak met verversingen. We hebben een tijdje op de trap voor de Schatkamer gezeten en zijn daarna op de rots naast de toegang tot de Siq geklommen om een beter zicht op het lijn- en kleurenspel van de Schatkamer te hebben. Eindelijk kwamen ook Achmad met de laatste der Rotelianen. Na wat uitleg, dat wij al uit de reisgids kenden, gingen we verder langs het hoofdpad, langs andere façades. Deze waren allen veel slechter bewaard gebleven. Hierna konden we bij een barak wat te drinken bestellen, als we wilden. Ja hoor, dat wilden wij wel, om mee te nemen. Wij bestelden maar weer een kunstmatig echt sapje dat Jessica met het water in haar 1,5 liter fles mengde want gewoon water kwam haar ondertussen de neusgaten uit. Vervolgens kwam een hele klim, en nee, wij hadden geen ezel nodig om ons de trappen op te brengen. Die klim was best zwaar. Sommige delen lagen in de felle zon, andere delen hadden uitgesleten treden en als er dan nog los zand over lag, werd het geheel nog glad ook. De treden waren lang, lang geleden in de rotsen uitgehakt en hadden allemaal verschillende hoogtes. Maar de klim was zeer de moeite waard, we hadden prachtige uitzichten. Deze werden alleen regelmatig ontsierd door Jessica’s tweede schaduw. Waar je ook keek, daar was hij, nooit ver weg, foto’s makend om te wachten tot wij (pardon, tot Jessica) weer in de buurt waren of juist sneller klimmend. Wij waren niet zo snel. Wij hadden regelmatig oponthoud in de vorm van klagend miauwende jonge katjes. Dat klonk daar goed in de kloof.

Uiteindelijk bereikten we de top waar, naast een barak met verfrissingen en kraampjes met prullaria, ook de Hoge Offerplaats was. Van het gebouw stond niet veel meer en je brandde er weg in de zon maar je had er wel een prachtig uitzicht op de bergen rondom. Wij zijn over de rand op een smalle richel daaronder gesprongen en daar in de schaduw gaan zitten, uit het zicht van Jessica’s tweede schaduw. Toen we Ahmad’s stem hoorden, zijn we weer omhoog geklommen.

De weg naar beneden ging via een andere route, maar weer via trappen die verraderlijk glad konden zijn. Het is maar goed dat Petra in Jordanië ligt en niet in Engeland want anders zou deze site gelijk gesloten zijn met zijn trappen zonder leuning en zijn smalle paden langs diepe afgronden. Langs het leeuwenreliëf, een miauwend katje in een watergoot en het graf van de Romeinse soldaat kwamen we beneden en gingen zo achter langs naar Petra-centrum. Het was ondertussen middag geworden en nog warmer en we waren wel aan iets te eten toe. In het oude centrum waren echter maar twee restaurants. De ene was duur, de andere was asociaal duur. Ze boden allebei een buffet aan. Dat hebben wij toch maar niet gedaan omdat het wel wat prijzig was. Zelfs Ahmad vond het erg duur. In plaats daarvan zijn we op zoek gegaan naar een kiosk waar we misschien iets kleins zouden kunnen kopen. Een Vlaamse friettent zou goed zijn geweest. Zoiets was evenwel in dit gedeelte van Petra niet te vinden. In plaats daarvan zijn we maar even het museum in gegaan, waar wel wat leuke dingetjes te zien waren, en hebben in hetzelfde gebouw kaarten, postzegels en een boek gekocht. Daarna zijn we bij de andere Roteliaanse niet-eters voor het minst dure restaurant in de schaduw gaan zitten om bij te komen van de warmte. Vervolgens zijn we weer op pad gegaan naar de restanten van een byzantijnse kerk met vloermozaïeken. Deze waren van goede kwaliteit en beeldden beestjes en allegorische personen af. Van de kerk zelf was niet meer overgebleven dan gerestaureerde kniehoge muren en pilaren. Het geheel was met een staal-canvas constructie overdekt. Het was er heerlijk koel en rustig. En zoals gezegd, de mozaïeken waren heel mooi.

Daar we daar niet eeuwig konden blijven, zijn we verder gaan lopen in de richting van het Nabatheeïsche theater. Dat lag op de weg naar de uitgang dus dat kwam mooi uit. Ondereg kwamen we langs een restaurantje waar ook wat hartige zaken verkocht werden, lees: chips. Na weer een kleine pauze kwamen we langs het theater, fotostop en op naar de uitgang. Dat was nog een lange weg. Ahmad had al gezegd dat we er de tijd voor moesten nemen vooral ook omdat de terugweg stijgt. Het eerste deel door de Siq was geen probleem en liep heerlijk door de schaduw, het tweede deel echter was in de volle zon en dat was moeizaam.

Bij de uitgang zijn we naar het postkantoortje gegaan en hebben (verschillende soorten) postzegels ingeslagen, daarbij geholpen door een inheems persoon die de postmeneer uitlegde wat we wilden hebben. Daarna kwam de bus en mochten we met Franz mee naar hotel al-Anbat, waar Franz weer één van zijn fantastische recepten op ons uitprobeerde. Dit keer had hij gelukkig de cayenne peper met rust gelaten. Het was pasta met geëxplodeerd rund en een banaan toe. Voor het eten hadden we trouwens nog wat tijd om het kleine supermarktje naast het hotel onveilig te maken. Het was een soort China-winkel met allerlei prullaria en etenswaar in pakjes. We kochten wat Engels drop (“with some new shapes”), mokka-koffie met kardemom, mangosap en … yoghurt! Ik heb Jessica lange tijd niet meer zo opgewonden gezien. Yoghurt, yoghurt, yoghurt! Dat klopt, we hebben echt yoghurt-Entzug want we hebben dat al weken niet meer gegeten.

’s Avonds om 20:15 moesten we weer boven op de zesde verdieping van het hotel zijn. Dat klinkt heel hoog, en dat was het ook, maar het hotel was tegen een rotswand gebouwd, en keek uit over de vallei in het noorden. De zesde verdieping lag op straatniveau. Van de parkeerplaats beneden, waar de Rotel stond, ging het via een klein trappetje omhoog de zijkant van het hotel binnen. Langs de toiletten en douches ging het vervolgens een tweede trappetje omhoog, door een deur zonder deurkruk, door een smal gangetje met een derde trap die uitkwam op een smalle gang die parallel aan de rotswand liep. Hieraan lagen ook de hotelkamers en was er een lift waarmee je eenvoudig op de zesde verdieping kon komen. Wij hadden Petra bij Nacht besteld bij de receptie en het vervoer naar Petra zou om 20:15 voor het hotel staan. We waren behoorlijk vroeg en hebben in de lounge van het hotel wat kaarten zitten schrijven en hotelgasten zitten bekijken. Er was een hele groep Nederlanders waarvan er tenminste eentje als white trash kon worden betiteld. Wij waren bang dat deze groep ook naar Petra bij Nacht wilde gaan, maar dat bleek niet zo te zijn; zij zaten in ieder geval niet in het vervoermiddel waarin wij zaten. Dit vervoermiddel was een luxe benzineslurper met extra zitplaatsen. Er kwam nog een groepje jonge Nederlanders bij die van Egypte kwamen en via Jordanië naar Israel wilden. De chauffeur was een jonge jongen die het voor elkaar kreeg om met één hand te SMS-en, te sturen en te toeteren en met de andere gesticulerend met 60 km/uur door Wadi Musa te razen. Een interessante ervaring.

Misschien iets te laat kwamen we bij het bezoekerscentrum van Petra. Er stond al een hele groep, zo’n 200 man/vrouw te luisteren naar een Jordaniër die stond te vertellen wat wel en niet toegestaan was tijdens Petra by night. Zo mocht er wel gefotografeerd worden maar we moesten wel stil zijn en er mochten geen mobieltjes gebruikt worden om de sfeer te bewaren. En masse ging het vervolgens naar de ingang waar al snel een opstopping ontstond omdat de kaartjes hier gecontroleerd resp. ingenomen werden en men maar één voor één door het detectiepoortje kon. Daarna begon de zandweg met de paardenrenbaan ernaast. De weg werd aan weerzijde gezoomd door kaarsen die in een soort van papieren boterhamzak stonden. Elke ca. 10 m stond er een kaars. Hierdoor was alles duidelijk te zien. Ook de maan scheen, het was eerste kwartier of daar omtrent, en er waren een heleboel sterren. In het begin waren de bezoekers verbazingwekkend rustig, iets dat ik niet verwacht had. Natuurlijk waren er een paar die zich niet konden gedragen en in één of andere taal luid over koetjes en kalfjes aan het praten waren. Daar gingen wij maar aan voorbij. Tot aan de Siq ging het goed, daarna was het stiltequotum van de meesten wel bereikt. Een stel praatte wat harder, anderen probeerden daar overheen te komen en al snel galmde de hele kloof van gegiechel en gepraat. Een paar keer werd van verschillende zijdes Sssst! geroepen wat alleen maar voor meer hilariteit zorgde. In de wat bredere delen van de Siq galmde het niet zo en dempte het geluid wat meer, zodat het zo nu en dan wat rustiger was. Het was wel mooi, al die kaarsen die de kloof van onderen belichtten en de sterrenhemel er boven. De meeste tijd was het sterrenbeeld lier te zien. Zo kwamen we bij de Schatkamer. Het middendeel van de open plaats stond vol met kaarsen. Daar omheen had men kleden gelegd waarop al veel mensen zaten. Ons werd een plekje tegenover de Schatkamer gewezen. De Schatkamer gloeide oranje-achtig in het kaarslicht. Heel veel bezoekers probeerden dit beeld op de gevoelige plaat vast te leggen. Helaas waren ze zo stom om hiervoor flitslicht te gebruiken. Niet alleen kleine flitslampjes werden gebruikt maar ook zulke, waarvoor je waarschijnlijk een hele accu mee moest slepen. Het was verblindend, gelijk een stroboscoop met flitsen van verschillende sterkte en van verschillende kanten. En natuurlijk overal geroezemoes.

Nadat iedereen gezeten was, begon een Jordaniër op zijn fidel te spelen en te klaagzingen. Het was best aardig. Doordat de Schatkamer omgeven is door hoge rotswanden, klinkt het geluid duidelijk. Een microfoon is niet nodig. Vervolgens werd er op een fluit gespeeld en liep de fluitspeler verschillende rondjes tussen de mensen door. Flits, flits blitz! Hoe die man zonder aarzelen overal door liep is onvoorstelbaar. Hij moet voortdurend totaal verblind zijn geweest. Als derde werd er een verhaaltje in het Engels verteld. Ondertussen, al vanaf het moment dat de muziek begon, werd thee in kleine plastic bekertjes rondgedeeld. Mierzoet. Gelukkig lustte Jessica mijn thee ook. Als laatste wilde de verteller ons, als geëerde gasten, het kostbaarste van de Bedoeïenen meegeven: de stilte, natuur en sterren. We werden gevraagd om drie minuten helemaal niets te zeggen. Bijna iedereen hield zich daar aan op een stelletje ouwe-van-dage Ammi’s na. Die fluister-kwekten er lustig op los. O, wat irritant. Petra is groot en de valleien zijn er diep, je zou bijna op een idee komen… Korter dan drie minuten mochten we alweer ophouden, waarschijnlijk omdat het toch een verloren zaak was. Hierna moesten we weer terug. Wij zouden graag wat langer zijn gebleven om van de kaarsen en het lichtspel te genieten maar we moesten om 22:40 weer terug zijn bij het Möwenpick-Hotel waar we zouden worden opgehaald. Het was al 22:00 uur geweest toen we de weg van de Siq insloegen en de weg was minstens een half uur gaans. We liepen stevig door langs nog brandende en al kapot getrapte kaarsen. Stil was het niet. Het was een aangename temperatuur en de jassen die we uit voorzorg hadden meegenomen, waren niet nodig. We legden de weg in 35 minuten af. Niet slecht. We waren de eersten bij ons vervoer. De overige Nederlanders volgden een vijftal minuten later. Hierna mochten we eindelijk in onze Rotel kruipen.