woensdag, oktober 15, 2008

Zingen in Damascus (vrijdag, 26.09.2008)

Het zal tegen 4:00 uur in de morgen zijn geweest toen het gezang van de minaret begon. Dat ding stond waarschijnlijk niet geheel ontoevallig direct naast de camping. Zo tegen 4:45 begonnen de megafoons van de minaretten uit de wijdere omgeving mee te doen. Het was best melodisch alleen wel erg vroeg. En dacht je alles gehad te hebben en eindelijk nog een rustig oogje dicht te kunnen doen, begon er weer een megafoon te galmen. De anderen konden hierbij natuurlijk niet achterblijven en stemden mee in. Vervolgens vond de haan op de camping dat het de hoogste tijd was om op te staan en een paar schreeuwende katten vormden het toetje van deze kakofonie. Al met al een voortreffelijk begin van de reis. Na slechts een paar uurtjes te hebben liggen zweten in de Rotel-cabine ben je toch klaar wakker.

Gelukkig mochten we in betrekkelijke rust nog wat doezelen en zijn we om 6:45 opgestaan. De douche was verbazingwekkend goed, iets dat Jessica de avond tevoren al had opgemerkt. En Jessica is een echte kenner op dat gebied. Het ontbijt bestond uit brood, croissants en olijven. Verder was er muesli, maar dat merkte ik te laat. Gelukkig kregen we gelijk vandaag al een voorproefje van hoe de groep in elkaar stak. Er waren er een aantal die bang waren om niets te krijgen. Zij drongen voor en wilden tegelijkertijd ook laten zien hoe goed ze waren. Gedurende de dag hielden zij niet op te klagen en domme vragen te stellen.

Onze eerste stop van de dag was het nationaal museum van Damascus. In de tuin van het museum stond het vol met brokken steen uit de 2e-3e eeuw n.Chr. Het gaat natuurlijk om stenen die bewerkt waren tot zuil, kapiteel, cenotaaf en wat dies meer zij. Daar tussen lagen nog wat mozaïekjes. Ach ja, als je genoeg hebt, laat je het ook breed hangen zullen we maar zeggen. Vervolgens gingen we in een noodtempo het museum door. Michael Schumacher zou trots op ons zijn geweest. Er stond me een hoop materiaal uit de Bronstijd en latere periodes. Metalen voorwerpen, een heleboel kleitabletten met spijkerschrift, zegels, enz. Er lag onder andere een kleirolletje met daarop het oudste bekende alfabet ter wereld. We worstelden ons door andere Duitse reisgroepen en door een Italiaanse, Franse en mogelijk ook een Nederlandse groep heen. We zagen het tentoongestelde hierdoor vaak maar heel vluchtig, zo tussen de zwetende lijven der toeristen door. Er was maar zo weinig tijd. In een paar zalen vertelde onze reisleider Ahmad het één en ander. Het was alleen jammer dat hij af en toe zo zacht praatte. Door meerdere zalen en gangen ging het daarna naar een ruimte met de fresco’s uit de synagoge van Doura Europos met Bijbelse taferelen. Deze waren prachtig. Er waren zoveel details te zien, ofschoon ze in een vrij duister gebouw waren ondergebracht. Vervolgens smolten we bijna van de hitte in een grafkelder gevonden in Palmyra waarna we wat vrije tijd kregen. Jessica en ik renden zo’n beetje door de Romeinse afdeling en doken het boekhandeltje c.q. de souvenirshop bij de ingang in. Jessica wilde graag een boekje van het museum zodat we thuis in alle rust konden zien wat we gemist of slechts in één oogopslag hadden waargenomen. De laatste minuten vrije tijd verbrachten we in de museumtuin met iets te drinken en met fotograferen.

Het volgende onderdeel bestond uit de wandeling door de stad. Een 16e eeuwse moskee mochten we niet in vanwege restauratiewerk of, zoals de Engelse tekst op het bord vermeldde, rehabilitation. Ook het volgende programmapunt was aan rehabilitation onderhevig. Dit was een handycraft-souq-bazaar-complex, de Takiyya as-Süleimaniyya, zoals de reisgids ons vertelde. Hier was alles dicht omdat het vrijdag en ramadan was. Het zag er wel leuk uit, maar een opknapbeurt kon het wel gebruiken. De vloer was erg onregelmatig. Voor sommige erg ongelijke delen werden we door een paar goedbedoelende Rotelianen gewaarschuwd, maar dat was echt overbodig. Wij wonen tenslotte in Engeland!

Het vierde programmapunt mochten we wel in: het oude station uit 1908 met een locomotief uit hetzelfde jaar ervoor. De weg naar het station bestond uit brede straten met een hoge stoep ernaast die af en toe behoorlijk verzakt was. Dit tikje onregelmatige was de oorzaak van meerdere struikelpartijen. De ergste was van een Roteliaanse die bij het uit de bus stappen bij het museum een stuk been openhaalde, maar na opgelapt te zijn, dapper mee wandelde.

Het station (Hejaz train station) vond ik van binnen een beetje op dat van Groningen lijken. Best wel aardig maar daar blijft het ook bij. Er zat nu een soortement van boekhandel in en je kon er kaartjes kopen voor weet ik wat. Ahmad had onderweg lekkernijen voor ons gehaald die we beslist moesten proeven. Het waren sesamdingetjes en mini-dadelcakejes. Vooral de laatste vond ik erg lekker. Op het laatst stonden Jessica en ik met Ahmad’s lekkernijen. Rats, grats kamen die Deutschen, bang om te weinig te krijgen. Mamf en weg. We hebben Ahmad netjes voor het lekkers bedankt en volgens mij deed hem dat deugd.

Volgend punt was de souq van de stad (souq al-Hamidiyya). Het is een enorm complex van winkeltjes naast elkaar aan overdekte straten. We mochten alleen de hoofdgang volgen. De zijpaden zagen er ook verlokkend uit maar de tijd tikte stevig door. Slechts 20 minuten hadden we om tot het andere eind te komen. Slechts 20 minuten terwijl het er rustig was, want ook hier was veel gesloten. Een paar winkeltjes waren open terwijl andere dicht gingen voor het middaggebed. Er was een gedeelte in de souq afgezet en met matjes bekleed voor de gelovigen. Dat scheen iets nieuws te zijn. Jessica wilde unbedingt een jalebia of aardappelzak-tuniek hebben, maar in deze 20 minuten slaagden we daarin niet.

Het werd tijd voor de lunch. Ahmad bracht ons naar Beit Jabri, het oudste huis van Damascus uit 1737. Wel een beetje jong vind ik, zeker omdat Damascus al zeker 4000 jaar bestaat. Er zijn in Damascus hele volksstammen neergestreken. Het is ons allemaal verteld maar het is teveel om hier neer te schrijven. De lezer zij hiervoor naar reisgidsen, geschiedenisboeken, internet etc. verwezen. Hier wil ik alleen de reisindrukken weergeven en dat neemt al genoeg pagina’s in beslag.

Het middageten en de locatie waren goed en prachtig. Door een lage deur in een onopvallende gevel in een smalle steeg kwamen we in een hoge en smalle gang. Even het hoekje om en we kwamen uit op een royale binnenplaats met planten en een zacht sputterend fonteintje in het midden. Tafeltjes stonden hier omheen gerangschikt. De groep streek neer aan meerdere van deze tafeltjes en wij zaten samen met vier anderen waarmee we gisteravond al mee aan de praat waren geraakt. Ahmad deed al het grove werk, dat wil zeggen hij zei wat er was, vroeg wat we wilden, en bestelde dat vervolgens. Aan het eind schoot hij alles voor en wij zouden hem morgen betalen (in werkelijkheid duurde dat nog een paar dagen langer en wij moesten echt aandringen). Het was behoorlijk beschamend eigenlijk, maar mijn Syrisch was toen nog niet echt goed. En, helaas, in de loop van de reis kwam daarin niet veel verandering.

We hadden een yoghurt-dings met kikkererwten, pistaches, Fladenbrot en wat dies meer zij besteld en deelden dat (ons bent zunig hè). Het was erg lekker. Te drinken was er citroen met munt, beide geperst met natuurlijk een hoop suiker. Echt een aanrader om thuis eens te proberen.

Na de lunch ging het in rap tempo verder met het afhandelen van programmapunten. Eerst gingen we naar de Sayyida Ruqayya moskee. Hier ligt het nichtje van Mohammed begraven en is dan ook een bedevaartsoort voor de Sjiieten. Om de schrijn te zien moet je wel wat doen, schoenen uittrekken bijvoorbeeld. Nou, dat zijn we wel gewend na onze reizen naar Egypte en Turkije. Anders dan anders echter was dat Jessica in een BMO (Black Moving Object) omgetoverd moest worden. Een beetje vreemd was dat wel omdat de Rotel-vrouwen hierna beter bedekt waren dan sommige inheemse vrouwen. Het zag er ook niet bepaald flatterend uit. Een beetje als een kruising tussen Paulus de Boskabouter en de leden van de Ku Klux Clan. Zo ingepakt gingen de vrouwen door de vrouweningang naar binnen en de mannen door, hoe kan het ook anders, de manneningang. Volgens onze reisgids zouden moskeeën, als ze in Las Vegas zouden staan, er zo uitzien. Nou, dat was niets teveel gezegd. Zoveel spiegeltjes, samengesteld als mozaïek heb ik nog nooit gezien. Het glansde en bling-blingde je tegemoet zodra je over de drempel ging. Dwars over het midden stond een afscheidingswand, alleen onderbroken door een grafhuisje met een glanzende schrijn. Daarin lag Mohammed’s nichtje. Sommige mannen waren er niet weg te slaan. Liep je langs de afscheidingswand, kwam je uiteindelijk in een algemeen deel zonder spiegeltjes. Dat zag er al veel beter uit.

Na de Ku Klux Clan vermomming te hebben afgegeven en de schoenen te hebben opgehaald en aangetrokken, liepen we naar de volgende attractie: Saladin’s mausoleum. De vrouwen mochten zich ditmaal als GMO vermommen (Grey Moving Object), waardoor Jessica er weer als Paulus de Ku Klux Clan-kabouter uitzag. Tsja, wat valt er te zeggen. Best klein en karig dat graf van Saladin. Een groots persoon, alleen jammer dat hij de kruisridders in Jeruzalem verslagen heeft. Jessica denkt daar natuurlijk anders over.

De vrouwen hielden hun grijze regenkleding aan en we gingen verder naar de Umayyad moskee. Dat gebouw staat op een plaats waar reeds in de Bronstijd een tempel heeft gestaan. De Romeinen bouwden de plaats uit tot een reusachtig Jupiter-complex waarin het huidige complex baantjes kan trekken. Vervolgens kwam er een basilica, die nog weer later tot moskee werd omgebouwd. Het is best vreemd om een moskee binnen te stappen en dan een enorme basilica te zien. Het is een machtig drie-schepig ding, Oost-West georiënteerd met vier gebedsnissen (één voor elke koranschool der Soennieten) in de zuidwand. Mekka ligt van Damascus bezien in het Zuiden. Er werd ijverig schoongemaakt voor het grote gebed om 16:00 uur en daarover werd door een paar notoire mopperaars gemopperd. In het midden van het gebouw stond de schrijn met het hoofd plus mandje van Johannes de Doper. Het grafhuisje met de schrijn was TL-groen verlicht van binnen en werd zeer vereerd. Een vroeg-christelijk doopfont echter viel die verering niet ten deel en diende, toen wij er langs liepen, als kinderspeelplaats. Er werd later evenwel wel wat van gezegd. Jessica maakte nog wat foto’s van het plafond in het exclusief voor vrouwen gedeelte (alweer iets nieuws voor Damascus) en daarna hebben we op de vloer van de binnenplaats gezeten het fotorolletje van de camera omgewisseld. Ondertussen was het vrijdaggebed in volle gang.

Na teruggaaf van GMO-kleding en schoenen kregen we 20 minuten vrije tijd. Wij renden de souq in op zoek naar een jalebia. Het lukte niet echt om iets geschikts te vinden maar met de hulp van Ahmad kregen we iets redelijks voor een redelijke prijs.

Door de stad ging het te voet naar het christelijke deel. De klagerei der Rotelianen werd luider. Wat een zeurkanissen. We gingen naar de plaats waar Saulus van Tarsus in letterlijke en figuurlijke zin het licht zag en Paulus werd. Hier werd hij door Ananias gedoopt en op deze plaats, in de kelder, staat nu een kapel. Er was een mis in het Frans bezig maar we mochten, als we stil waren, wel even rondkijken. Dat hebben we dus gedaan. Hierna gingen we terug naar de plek waar Franz, de buschauffeur, ons weer zou oppikken. Onderweg werden Jessica en ik binnen geroepen in een werkplaats waar dingen van ingelegd hout werden gemaakt. Dat inlegwerk is eigenlijk heel eenvoudig. Staafjes gekleurd hout worden tegen elkaar gelijmd en dan worden er dunne plakjes van gesneden. Voilà, daar is het patroontje.

De bus stond al klaar en om 18:00 vertrokken we voor een korte stop bij het Paulus-raam, waardoor Paulus uit Damascus ontsnapte toen hij zich iets te populair had gemaakt. Het is eigenlijk geen raam maar een mezekouw, maar dat zullen we de Syriërs maar vergeven. Na deze korte foto-stop reden we de Jebel Qassioun op voor een blik over de stad bij zonsondergang. Het was een beetje heiig dus het zicht was niet echt goed, maar bont was het wel. Op de boulevard wel te verstaan. Daar waar we stonden was de weg bezaaid met drinkgelegenheden en gekleurde lampslingers. De blik op de stad was best aardig; wat is Damascus groot.

Dit was echt het laatste excursiepunt. Ons restte alleen nog het avondeten. Dat bestond uit vermicelli-kippensoep met een Frankfurter. De katten op de camping waren er gek op. Schuw waren ze wel maar door de stukjes worst die Jessica en ik ze gaven, kwamen ze toch dichterbij. Na de afwas dook Jessica onder de douche en probeerde zij haar nieuw verworven jalebia aan. Als nachtkledij was hij zeer geschikt.

dinsdag, oktober 14, 2008

De Rotel (donderdag, 25.09.2008)

We waren vroeg wakker vandaag. Dat kwam niet door Stimpy die kwam vertellen dat hij honger had maar door een ander, luid en irritant geluid. Mijn theorie bewoog tussen Lüftung en wasmachine. Jessica dacht dat het van buiten kwam. Na ongeveer een half uur het lawaai te hebben aangehoord, heb ik het rolluik opgehesen om te zien of het geluid werkelijk van buiten kwam. Daar was het donker. Rust. Niets schoonmaakploeg. Van het raam was het maar een korte afstand tot de verwarming er onder. Daar kwam de herrie vandaan, water dat door de buizen stroomde en de boel deed uitzetten op een akelig langzame manier. De verwarming een standje lager zetten bleek de oplossing te zijn. Anderhalf uur vredige rust lagen nog voor ons. Daarna mocht (Jessica’s ‘mogen’) ik als eerste onder de douche. Net als de rest van de kamer was de badkamer op het thema rozen toegesneden. Zelfs de zeep was rozenzeep. Niet dat het wat uitmaakte. Het belangrijkste was dat we hier te maken hadden met een normale badkamer met een normale douche. Er waren geen handleidingen te bestuderen, geen verborgen knoppen of hendels te bedienen of lichtknopjes c.q. trekkoordjes op onmogelijke plaatsen te zoeken om een warme douche te krijgen. Wat een genot! Waarschijnlijk de laatste voor lange tijd want na Syrië en Jordanië gaat het weer direct terug naar het eiland.

Toen ook Jessica klaar was met badderen, konden we gelijk aanvallen op het ontbijt dat klaar stond voor de deur. Een mandje met vier broodjes, roggebrood, twee zacht (!) gekookte eieren (die ik dus beide soldaat mocht maken), twee potten thee , sinaasappelsap en een schaaltje met boter, Nutella, honing en jam en een schaaltje met kaas en worst. Het is waarschijnlijk overbodig te vertellen dat op een pakje roggebrood na, alles op ging.

Tegen 9:30 hebben we de Straßenbahn naar het Hauptbahnhof genomen en van daar de Regionalbahn naar Frankfurt Lufthafen dat ook wel Fraport wordt genoemd. Volgens het Rotel-boekje zouden we de groep om 12:00 in terminal 1, hal B bij het loket van Syrian Airlines treffen. We waren ruim op tijd en moesten nog twee uur wachten tot onze vlucht stipt om 12:00 uur op het scherm verscheen. Toen pas wisten we pas waar we precies heen moesten. Dat bleek loket 247-249 te zijn in hal E van terminal 2. Mochten we dus toch nog met de monorail.

Een beetje later dan gepland kwamen we in contact met een Rotel-meneer die ons de boekingpapieren gaf waarmee we konden inchecken. Waarschijnlijk zagen we er zo betrouwbaar uit dat we een extra tas met reserve onderdelen meekregen voor de chauffeur van de Rotel-bus. Tenminste, dat werd ons verteld. Dat ding was goed zwaar. Als er wit poeder in had gezeten, zou de chauffeur nu schatrijk zijn. Als dank voor het slepen kregen we een isoleerbeker. Wel een beetje magertjes in vergelijking tot de enorme winst die Rotel mogelijk maakt met dit soort smokkelpraktijken. We waren trouwens niet de enigen met een extra tas. Twee anderen hadden ook een tas met ongeveer hetzelfde gewicht meegekregen en weer twee anderen kregen een dikke enveloppe mee.

In tegenstelling tot wat ik gedacht had, vlogen we met een matig groot vliegtuig. Jessica noemde het een dinky toy. Dat was het ook in vergelijking tot de Hong Kong machine er naast. We mochten via de slurf het vliegtuig in. dat betekent dus dat het vliegtuig echt wel groter was dan het toestel waarmee we van Southampton waren gekomen. Dit vliegtuig had 2x 3 plaatsen naast elkaar in plaats van 2x 2. In het vliegtuig zaten we ergens in het achterste deel, op rij 23 van 26. Er zat een Syriër op Jessica haar plaats maar hij vertrok nadat Jessica hem een paar keer duidelijk had gemaakt dat hij op moest zouten.

Er waren een heel stel luchtzakken en het was zwaar bewolkt. Pas kort voor Aleppo werd het helder maar tegen die tijd was het ook al donker. Het eten was goed. Jessica had iets met kip en ik had vis. Daarbij kwamen sla, broodjes, rijst/noodles en cake. Zelfs op het kleine stukje tussen Aleppo en Damascus kregen we nog een muffin.

Aangekomen in de hoofdstad moesten we de paspoorten plus een kopie daarvan afgeven aan de reisleider Ahmad, een Syriër die in Duitsland geen baan in zijn beroep, rechten, kon krijgen en toen via omwegen reisleider bij Rotel is geworden. Hij doet dit werk nu al negen jaar. Hij is getrouwd met een Duitse en heeft twee kinderen. De groep is gemengd met een hoog percentage 50+. Ik denk dat Jessica de jongste is, gevolg door wat ouder spul tot mijn leeftijd en daar boven. Dan zijn er wat oudere echtparen en een heleboel alleenstaanden of singles. De oudste is een man van 81, 83 of 91; gedurende reis noemde hij telkens een andere leeftijd.

Het was opmerkelijk om te zien hoeveel de groep met zich mee sleepte. Sommige koffers waren enorm. Daar kon je iemand in begraven. Ze pasten dan ook niet allemaal onder in de bus. Er moesten een paar koffers in het gangpad staan en sommigen Rotelianen moesten er over heen kruipen, maar het ging. De reis duurde ongeveer een half uur. Daarna reden we de camping binnen. Wij waren de enige gasten. Na de verloting van de cabines in de Rotel kregen we de bovenste dubbelcabine aan de kant van de trekhaak. Daarna kregen we onze etenszakjes met bestek, bord, beker en broodplankje en konden we een broodje met een banaan eten. Vervolgens konden we de bagage in een ‘beveiligd’ hok wegzetten. Dat ‘beveiligd’ bestond uit een klein hangslotje dat door twee houten deurtjes was gehaakt. We hebben gelijk maar onze drie-dagen-tas gepakt (de koffer krijg je bij Rotel maar één keer in de drie dagen. Wat je in de tussentijd nodig denkt te hebben, moet je in een kleinere tas ompakken, die je ’s morgens en ’s avonds kan pakken) en Jessica heeft het muskietennet in de cabine opgehangen. Daarna hebben we zo goed het ging alles ingeruimd. Voordat we het wisten was het al 1:00 uur. Toen hebben we het licht ook maar uit gedaan.

maandag, oktober 13, 2008

De grote Syrië en Jordanië-reis

Hier is hij dan, de reeds door Jessica aangekondigde deca-pentalogie van onze grote Syrië en Jordanië-reis. Het ligt in de bedoeling elke dag een dag uit mijn dagboek op het blog te zetten. Dat wordt dus puur smul-plezier voor onze lieve lezertjes.

Vlucht naar Frankfurt (woensdag, 24.09.2008)
Vandaag is de dag dat we van het eiland af mogen. Wat een geluk. Na te hebben uitgeslapen tot ongeveer 8:30 uur – een heel verschil met andere reizen waar we meestal asociaal vroeg moesten opstaan – hebben we in alle rust ontbeten en de laatste schoonmaak-handelingen verricht. Daarna moest er nog het één en ander worden ingekocht, waarbij de oordopjes voor Jessica het belangrijkst waren. Uit ervaring wijs geworden, wist Jessica namelijk dat ze niet zou kunnen slapen in de rijdende sarcofaag, genaamd Rotel, als er snurkende medereizigers zouden zijn. Vanzelfsprekend heb ik daarvan geen last omdat ik vrolijk mee doe.

Na het inkopen heb ik de koelkast verder leeggegeten en Jessica ging heerlijk verder met de aller-allerlaatste schoonmaakloodjes. We wisten niet precies hoe laat we weg moesten maar we wisten wel hoe laat we op het vliegveld van Southampton moesten zijn. Na wat hoofdrekenen (jawel, dit keer geen nazoeken op het internet), besloten we de trein van 12:32 vanaf Salisbury te nemen. We namen afscheid van Stimpy die prinsheerlijk op de stoel in de slaapkamer lag te slapen en een beetje verstoord opkeek toen zoveel handen hem opeens begonnen te aaien. Angi, een collega bij Wessex Archaeology, zal de komende weken voor hem zorgen.

Beide bepakt met een rugzak en een rugtas die nu voor hing en dus eigenlijk als buiktas betiteld moet worden, ging het op weg naar het station. Daar was het achtelijk druk bij het loket en dat op een doordeweekse dag, en dus hebben we maar een kaartje uit de machine getoverd. We weten nu ongeveer hoe dat moet want anders is de Engelse technologie onhandelbaar. In Southampton moesten we overstappen op de trein naar Southampton Airport. Ook dat lukte zonder veel problemen, alweer dankzij het feit dat we ongeveer weten hoe het werkt. Als je wilt weten van welk spoor een trein vertrekt dan zijn er twee opties: 1) je kijkt op een bord waar de vertrektijden voor de verschillende bestemmingen zijn aangegeven. Weet je de tijd dan kijk je op een monitor waar vertrektijd, eindstation en vertrekperron staan aangegeven. Als je geluk hebt dan staat de tijd die je hebt opgezocht op de monitor en weet je dus het perron van waar de trein vertrekt. Heb je geen geluk en staat de tijd er niet bij of is meervoudig aangegeven, dan is optie 2) de beste: vragen. Meestal lopen er genoeg mensen met een geel high-visibility vest aan die het antwoord op de vraag: welk perron? weten. Wij konden ons met de eerste optie redden en kwamen precies twee uur voor de geplande vliegtijd op het vliegveld aan. Dat was 13:35.

De rugzakken inchecken ging geheel onproblematisch. De buiktassen waren wat lastiger. Jessica had haar normale SLR (Single Lens Reflex) camera meegenomen die niet door het röntgenapparaat mag, dat wil zeggen, de filmrolletjes mogen er eigenlijk niet door. Daar trok de douane zich niets van aan. De homeopathische middelen tegen allerlei kwaaltjes hoefden gelukkig niet door de machine en werden handmatig ‘afgestoft’ (dit was de enige en laatste keer; hierna besloten we om de homeopathie-box gewoon in de handbagage te houden en door het röntgenapparaat te laten gaan). Daarna mochten we door en zijn koffie, thee, taart en een flapjack gaan drinken c.q. eten in de lounge van het vliegveld. Daarbij heeft Jessica geborduurd en ik heb me met een Japanse sudoku bezig gehouden. De tijd ging best snel voorbij en voor we het goed in de gaten hadden, zaten we al in het propellor-vliegtuig naar Frankfurt. We zaten op de achterste rij en konden dus alles voor ons goed in de gaten houden. Dat was echter niet nodig want er gebeurde niets. Onze medepassagiers bestonden voornamelijk uit zakenlui.

Het vliegtuig mocht niet meteen weg. We moesten 25 minuten wachten tot we de startbaan op mochten. De vertraging werd evenwel in de lucht weer goed gemaakt. Het was zwaar bewolkt en er waren wat luchtzakjes waarin de machine lekker danste. Tussen de wolken door was af en toe wat van de grond te zien. Van boven valt pas goed op hoe anders het eiland is in vergelijking tot het continent. In Engeland is alles onregelmatig, in de rest van Europa, dat wil zeggen Frankrijk, Nederland, Duitsland en zelfs België is het land veel meer geordend.

Vijf minuten te laat landden we op Frankfurt. Dat is een enorm vliegveld bestaande uit twee terminals. Wij kwamen aan op terminal 2. Dat wisten we op dat moment natuurlijk niet. Na de douane en het oppikken van de rugzakken volgden we de bordjes met een trein erop. Die bordjes wezen ons de weg naar buiten waar geen enkel spoor van sporen te vinden was. Hmmm, interessant. Gelukkig brachten een plattegrond en logisch denkwerk licht in het duister. De trein gaat van terminal 1 en om daar te komen, moet je óf met de bus óf met een monorail. Aangezien bij de uitgang de bus al klaar stond, zijn we daar maar ingestapt. Op het station volgde verder zoekwerk. De boel is daar onderverdeeld in Fernzüge en Regional- und Stadtbahn. De één rijdt boven, de ander onder. Wij kozen voor de laatste en goedkopere optie en gingen naar beneden. Na ongeveer 15 minuten stonden we op het plein voor Frankfurt Hauptbahnhof. Hier wisten we nog van de vorige keer, vier jaar geleden, hoe het verder ging, namelijk met lijn 17 (Straßenbahn) naar de Varrentrappstraße. Daar staat pension ‘A Casa’, waar we door de pensionhouder vriendelijk werden ontvangen. Hij scheen ons nog vaag te kunnen herinneren.

Dit had het einde van de eerste dag kunnen zijn, ware het niet dat ik graag nog wat wilde eten. En wel iets van de Duitse Chinees, dat was al zo lang geleden. De buurt van ‘A Casa’ stikt van Japanners. We zagen verder een Italiaan en wonder boven wonder ook een Chinees met de prachtige naam China Stern, die een Thai bleek te zijn. Het was een afhaal-ding met vijf tafeltjes. We waren de enigen toen we kwamen (ca. 20:30) maar het zat vol toen we gingen. En we snappen wel waarom: het eten was heel goed. Jessica had kip met echte pindasaus en ik had iets Thais genomen. Jammer dat we hier niet vaker kunnen eten.

Met een volle maag zijn we daarna teruggelopen en hebben op onze kamer in ‘A Casa’ op bed liggend decadent door Duitse zenders liggen zappen. Uiteindelijk lieten we de zender staan op een documentaire met Günther Jauch over Zivil-Courage. Dat was echt het einde van de eerste dag.

zondag, oktober 12, 2008

Helaas, we zijn weer thuis.

Nou, wat ons betreft had de vakantie nog wel wat langer mogen duren! Het eten is goed, de mensen vriendelijk en je struikeld er over de archeologie (die je niet eens hoeft uit te graven, joepie!). Maar helaas, aan alles komt een eind. En dan moet je natuurlijk een begin maken met het wereldkundig maken van je reisverslag. Patrice zal zijn dagboek daarom stukje bij beetje op dit blog zetten. De foto's zijn inmiddels allemaal geordend en voorzien van een korte beschrijving. Jullie kunnen ze vinden op Flickr (http://www.flickr.com/). Ik zal zo de uitnodigingen gaan versturen. Heb je er geen ontvangen, trek dan even aan de bel!

vrijdag, oktober 03, 2008

Aqqaba sucks big time

Dag allemaal! Wij zitten nu "gezellig" op een camping annex duikschool in Aqqaba, Jordanie aan de Rode zee. Het is een absolute ramp en een grote tegenstelling met de rest van de reis in Syrie en Jordanie. Maar dit is dan ook toeristisch. En dus heb je een douche met toilet in een voor maar liefst veertig Rotelreisenden. Als de eerste gedouched heeft, plast de rest in het water... Overigens heeft de hele bus inmiddels last gehad of nog steeds last van reizigers-spuitpoep. Maar dat weet je van te voren, hoort er bij in deze landen zullen we maar zeggen!

We kwamen trouwens aan op de laatste vrijdag van de Ramadan in Damascus. Dus om half vier 's morgens begonnen alle muezzins gezellig te zingen. Nu duurt dat normaal een paar minuten tot een kwartier. Ja, nu dus niet: twee en een half uur! Dan krijg je dus echt visioenen van de bard uit Asterix en Obelix. Damascus en Aleppo zijn overigens hele leuke steden, waarvan Aleppo toch nog wel het leukst is. De mensen zijn hier overigens heel aardig en helemaal niet opdringerig of handtastelijk zoals in Egypte. Ze zijn eerder heel nieuwsgierig en proberen de paar woorden engels, frans of duits die ze beheersen op je uit. Degenen die wel goed een andere taal dan arabisch beheersen, is er veel aan gelegen om uit te leggen dat het negatieve beeld wat wij vaak van moslims hebben, niet klopt. Wij zijn dan ook tot de conclusie gekomen, dat vakantie vieren in een schurkenstaat zo slecht nog niet is!

Een van de dingen die in Syrie meteen op viel, was de enorme verscheidenheid in kledingstijl bij de vrouwen. Van westers tot BMO (black moving object). Dat laatste werden wij ook bij elk moskee-bezoek. Kregen de vrouwen dus een zwarte jas met muts aan. Dan werd je dus een kruising tussen een monnik en een lid van de Klu Klux Clan!

Vandaag hebben we overigens gezwommen in de dode zee. En inderdaad, Patrice zinkt. Tenminste, dat blijft hij beweren. Met andere woorden, hij heeft het niet eens geprobeerd! Voor mij was het een waanzinnige belevenis! Je kunt dus echt niet zwemmen. Zodra je tot aan de bovenbenen in het water staat, voel je de opwaartse druk.

Morgen gaan we door voor onze overnachting in de wadi rum woestijn. Daarna gaat het naar Petra voor een bezichtiging van twee dagen. En dan vliegen we al weer bijna naar huis. Zo, nu moet ik stoppen, want ik heb maar voor een uurtje betaald.

zaterdag, september 13, 2008

To sink or not to sink

Om jullie allemaal even lekker te maken: nog 11 dagen en dan gaan we lekker ruim twee weken met vakantie! En ergens tijdens onze rondreis door Syrië en Jordanië (en waarschijnlijk ook weer Libanon; Baalbek here we come!) komen we ook langs de dode zee. En nu is Patrice er stellig van overtuigd dat hij daar NIET zal blijven drijven aangezien hij dat ook in gewoon water al zwemmend niet doet (zijn "wetenschappelijk" excuus om niet mee naar het zwembad te moeten; dunne mensen drijven nu eenmaal niet, jaja). Bij deze dus een nieuwe enquette op ons blog: blijft 'ie drijven of niet? That's the question. Oplossing over een x-aantal weken. Wel effe stemmen he!

zondag, september 07, 2008

Bijna vakantie

Na wat verontruste mailtjes, telefoontjes en kaartjes, bedacht ik dat het maar weer eens tijd werd wat op ons blog te publiceren. Geen zorgen dus, we leven nog (net aan)! Augustus was een drukke maand en September wordt voor ons zo mogelijk nog iets drukker. Eind Augustus had ik een conferentie in Groningen en daar bleek en passant mijn promotie toch nog niet geheel in kannen en kruiken te zijn. Een plechtigheid nog dit jaar zit er dan ook niet meer in. En da's een fikse tegenvaller gezien de tekst vorig jaar 29 december toch echt af was...

Inmiddels wordt er ook hard aan bel nummer 7 geknutseld. Deze bel werd al geluid toen de Spaanse armada verslagen was. Helaas zat er een scheurtje in de head stock (ophang-ding) en aangezien de 7de bel de op een na zwaarste is, kun je dat maar beter laten maken. Voor de Andre van Duin fans onder jullie: hij heeft een liedje waarin ze duidelijk vergeten hebben de bel te maken... Met veel pijn en moeite hebben de mannen van Whitechapel de bel uit de toren bevrijd en mee naar London genomen. De bel was een ietsiepietsie te groot voor de deur en dus hebben ze een stukje van de deurpost meegenomen. U weet wel, die zandstenen uit de vroege middeleeuwen...

Patrice is gisteravond laat naar Hüttenberg in Oostenrijk vetrokken. Lekker met de bus. 't Is een zuinig baasje en vliegen naar Wenen vond 'ie te duur. Nou, morgen tegen een uur of twee is hij op de plaats van bestemming, hoor! Maar dan heb je ook wel een hoop gezien: London, Dover, Calais, Brussel, Duitsland, Linz en dan Wenen. Daar nog effe vier uur met de trein en dan hopen dat een collega je inderdaad op gaat pikken voor de laatste kilometers naar Hüttenberg. En volgende week vrijdag alles nog een keer, maar dan in omgekeerde volgorde. Klinkt naar Spass met jubeltenen niet?

En als Tries dan volgende week vrijdag op z'n tandvlees tegen een uurtje of zes perron twee hier in Salisbury af komt strompelen, mag hij de volgende dag tegen een uurtje of twaalf 's middags hetzelfde perron weer op. Ja, hij gaat eindelijk naar Nottingham. Die incompetente medemensen hebben eindelijk, ruim zes maanden na de eerste startdatum, de contracten helemaal rond. Knap he? Bij Wessex vonden de meesten het heel jammer dat 'ie gaat en enkele kopstukken waren zienderogen blij dat ze hem kwijt waren.

Na een weekje Nottingham, maken we ons dan eindelijk op voor de vakantie: twee weken Syrië en Jordanië, here we come! Gelukkig denken ze in Nottingham met ons mee en hebben ze besloten dat Tries twee weken na terugkomst z'n eerste colleges gaat geven... Dat is om te voorkomen dat je je ontspant tijdens je vakantie. Want niet alleen is Patrice niet zo van de mondelinge presentatie (6x2 uur) het gaat ook nog eens over een onderwerp waar die niet zo veel van weet. Dat noemen ze nou kwaliteitswaarborg bij de Universiteit. Leuk he, archeologie!